In dit beknopte artikel geef ik een eenvoudige uitleg over de werking van het immuunsysteem. Wil je meer weten? Dan verwijs ik graag naar mijn boek Het immuniteitsplan


Hoe werkt het immuunsysteem?

Aanvullend artikel bij het online traject, Let's REMEET

Ons immuunsysteem is werkelijk een wonderbaarlijk systeem. Het beschermt ons tegen ongewenste indringers, zoals schadelijke virussen, bacteriën, schimmels en parasieten. Het heeft een geheugen, want het herkent indringers die het al eerder bekampt heeft. En als alles goed gaat, weet het precies wanneer het moet aanvallen en wanneer het rustig mag blijven.

Een evenwichtig immuunsysteem reageert niet te traag, niet te heftig en niet onnodig. Helaas gebeurt het bij almaar meer mensen dat het immuunsysteem in de war is. Het aantal allergieën neemt bijvoorbeeld toe. Bij een allergie reageert je immuunsysteem te heftig op iets dat eigenlijk onschuldig is: pollen, kattenhaar, huisstofmijten, gluten, pinda’s …

Ook het aantal patiënten met auto-immuunaandoeningen steeg de voorbije decennia sterk. Bij zo’n aandoening reageert het immuunsysteem niet alleen op lichaamsvreemde stoffen – en dus potentiële ziektemakers – maar ook op lichaamseigen stoffen. Het valt met andere woorden (een van) je eigen organen of weefsels aan. Dat is bijvoorbeeld het geval bij psoriasis, multiple sclerose, reumatoïde artritis en de ziekte van Crohn. In mijn artikel ‘Wat zijn auto-immuunziekten?’ ga ik er dieper op in.

Maar laten we even inzoomen op de ingenieuze werking van het immuunsysteem.

Beschermd door drie barrières

Je immuunsysteem is voortdurend aan het scannen. Het maakt daarbij – als alles goed gaat – een onderscheid tussen lichaamseigen stoffen (hormonen, cytokines, huidcellen …) en lichaamsvreemde stoffen (bacteriën, virussen, schimmels …). Zodra die laatste je lichaam binnenkomen, valt je immuunsysteem ze aan. Dat slimme, complexe verdedigingssysteem bestaat uit drie barrières.

1. De eerste barrière probeert simpelweg te voorkomen dat ziektemakers je lichaam binnenkomen. Denk bijvoorbeeld aan je huid, aan de slijmvliezen in je mond en neus, en aan lichaamsvochten zoals traanvocht, speeksel en maagzuur. De impact? Als je iets eet dat bedorven is, braak je. Als je je teen openhaalt aan een glasscherf, dan komt er een korstje op de wonde. Vaak is die eerste barrière voldoende en is het leed geleden.

2. De tweede barrière is je aangeboren immuunsysteem. Het wordt ook wel je aspecifieke immuunsysteem genoemd, omdat het geen onderscheid maakt tussen de ziektemakers die binnenkomen. Het valt sowieso aan, maar vecht dus eigenlijk ‘blind’.

Je witte bloedcellen spelen een cruciale rol in je tweede – en ook in je derde – barrière. Ze ontstaan in je beenmerg en verspreiden zich van daaruit via je bloed door je hele lichaam. Wat doen ze? Ze proberen ziektemakers die de eerste barrière zijn kunnen passeren, te isoleren, inactiveren en verwijderen. Er zijn twee soorten witte bloedcellen:

  • Fagocyten: alles wat niet in je bloed thuishoort, wordt door deze cellen ‘opgegeten’. Vervolgens geven ze alle relevante informatie over de ziektemakers door aan je lymfocyten.
  • Lymfocyten: deze cellen horen bij je derde barrière. Ze reageren door de ziektemaker meteen aan te vallen (dat gebeurt door je T-lymfocyten) én door antistoffen aan te maken om je te beschermen (dat gebeurt door je B-lymfocyten).

3. En daarmee is het brugje naar de derde barrière gemaakt. Dat is het verworven immuunsysteem. Een twaalftal uur nadat de ziektemaker je lichaam is binnengekomen en de eerste barrière verschalkt heeft, is dit specifieke immuunsysteem aan de beurt. Het identificeert de ziektemakers, maakt antistoffen aan en slaat de identiteit van de boosdoeners in zijn geheugen op, zodat het bij een eventuele volgende aanval voorbereid is.

Even inzoomen op de T-lymfocyten

Ik ga graag even dieper in op de T-lymfocyten, en meer bepaald de T-helpercellen (Th), omdat er een sterke link is tussen de werking van deze cellen en onze levensstijl.

Er zijn twee soorten T-helpercellen:

  • Th1-cellen veroorzaken een immuunreactie in onze cellen. Er ontstaat dan een ontsteking die ziektemakers helpt uitschakelen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer virussen ons lichaam binnenkomen, want die hebben onze cellen nodig om te kunnen overleven.
  • Th2-cellen zorgen voor een immuunreactie buiten onze cellen. Ze beschermen ons tegen onder meer bacteriën, schimmels en parasieten.

Als je Th1- en Th2-helpercellen in balans zijn, vullen ze elkaar aan. Maar als een van beide cellen gaat domineren, kan het fout lopen.

  • Bij te dominante Th1 worden je cellen te fijngevoelig voor wat er binnenin gebeurt. Daardoor kunnen er auto-immuunaandoeningen ontstaan zoals reumatoïde artritis (gewrichten), psoriasis (huid) en de ziekte van Hashimoto (schildklier).
  • Bij te dominante Th2 reageren je cellen te sterk op zaken van buitenaf. Je loopt dan een hoger risico op (voedsel)allergieën, eczeem, astma …
  • Een combinatie van te dominante Th1 en Th2 bestaat ook. Je krijgt dan bijvoorbeeld én een auto-immuunziekte én allergieën. Je hele lichaam is dan eigenlijk voortdurend aan het ontsteken.

Een gezonde levensstijl met voldoende slaap, genoeg beweging, weinig stress en evenwichtige voeding, is de beste manier om je immuunsysteem topfit te houden!

Lees meer over auto-immuunziekten


Om je surfervaring te verbeteren maak ik gebruik van cookies. Wat bedoel je hiermee Lynn?   OK