In mijn boek Het immuniteitsplan en tijdens het online levensstijltraject spreek ik regelmatig over laaggradige ontstekingen, insulineresistentie en leaky gut. Het zijn drie fenomenen die aan de basis liggen van heel wat chronische ontstekingsziekten, waaronder auto-immuunaandoeningen. Ik leg ze in dit artikel graag beknopt uit.


Laaggradige ontsteking, insulineresistentie en leaky-gut verklaard

Aanvullend artikel op het online traject: Let's REMEET

Laaggradige ontstekingen

Een ontsteking is in essentie niet problematisch. Het is een van de manieren van je lichaam om zich te verweren tegen een potentiële ziektemaker. Als je bijvoorbeeld in je vinger snijdt, dan is een lichte ontsteking heel normaal. Het is een deel van het genezingsproces.

Maar in sommige gevallen is zo’n ontsteking niet tijdelijk. Ontstekingscellen kunnen zich ook opstapelen en voortdurend actief blijven in je lichaam. We spreken dan van een chronische of laaggradige ontsteking, waarbij je immuunsysteem constant actief is. De symptomen verschillen van persoon tot persoon: van hoofdpijn en vermoeidheid tot gewrichtspijn en diarree.

De oorzaak ligt vaak in een verstoord microbioom: een onevenwicht tussen de goede en slechte bacteriën in je darmen, ook wel dysbiose genoemd. Dat kan leiden tot leaky gut of lekkende darm. Daar kom ik zo meteen op terug. Bij chronische aandoeningen zoals auto-immuunziekten is er bijna altijd sprake van een verstoord microbioom en laaggradige ontstekingen.

Hoe weet je of je laaggradige ontstekingen hebt?

Als je bepaalde klachten al lang hebt, is de kans groot dat je met laaggradige ontsteking kampt. Dat kan gaan van terugkerende darmklachten, gewrichtspijn en eczeem, maar ook ontstekingen aan je blaas of je luchtwegen die maar blijven terugkomen. Via een bloedonderzoek kan laaggradige ontsteking opgespoord worden, meer specifiek door te kijken of je CRP- en high sensitive CRP-waarden chronisch verhoogd zijn.

Hoe kun je laaggradige ontstekingen behandelen?

Je levensstijl aanpassen is een uitstekend startpunt. Slaap genoeg, beweeg voldoende, eet gezond en vermijd stress. Als je ongezonde gewoonten hebt zoals roken of veel alcohol drinken, is het natuurlijk belangrijk om daar iets aan te doen. Soms heb je een intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen – zoals gluten of lactose – en is het nodig om die al dan niet tijdelijk uit je voedingspatroon te schrappen.

Insulineresistentie

Je lichaam haalt zijn energie voornamelijk uit glucose, dat afkomstig is van voedingsmiddelen met koolhydraten. Wanneer je koolhydraten eet, kan je lichaam die meteen verbranden om je energie te geven. Maar we moeten daarbij een belangrijk verschil maken tussen snelle koolhydraten – die bijvoorbeeld in snoep, koekjes en wit brood zitten – en trage koolhydraten – die bijvoorbeeld in groenten en fruit zitten. Als je snelle koolhydraten eet, krijg je een piek in je bloedsuikerspiegel, gevolgd door een snelle daling, waardoor je je moe voelt. Bij trage koolhydraten gebeurt dat niet: je bloedsuikerspiegel blijft relatief stabiel.

Je pancreas maakt insuline aan wanneer je voeding met glucose eet. De insuline biedt de glucose aan je lichaamscellen aan als brandstof. Hebben je cellen genoeg energie? Dan brengt de insuline de overbodige glucose naar je spieren en lever. Zij slaan de glucose op in de vorm van glycogeen. Wanneer je lichaam vervolgens toch energie nodig heeft, wordt het glycogeen opnieuw omgezet in glucose.

Het probleem ontstaat wanneer alle opslagplaatsen in je lichaam vol zitten, want dan wordt de overtollige glucose omgezet in vet. Dat vet kun je dan verbranden als energiebron, mocht je ooit zwaar ziek worden of honger moeten lijden. Iets wat hopelijk nooit zal gebeuren. Maar daardoor zit je wel met een vetvoorraad die je eigenlijk niet nodig hebt.

Als je veel meer glucose eet dan je lichaam nodig heeft, en dat voor langere tijd, dan word je uiteindelijk chronisch resistent tegen insuline. Je pancreas blijft insuline produceren in een poging om toch maar glucose in je lichaamscellen te krijgen, maar die laten niks meer toe. Met als gevolg dat de insuline in je bloed blijft circuleren en wordt opgeslagen als vet. Bovendien schommelt je bloedsuikerspiegel voortdurend, waardoor je energieniveau op een laag pitje komt te staan.

Hoe weet je of je insulineresistent bent?

Bij een bloedanalyse is er dan vaak een (lichte) verhoging van de insuline zichtbaar. Een fase later, wanneer er ook verhoogde glucose in je bloed meetbaar is, heb je (pre)diabetes type 2. Maar eigenlijk kun je ook zonder bloedanalyse weten of je insulineresistentie hebt. Als je vaak een energiedip hebt na je maaltijden, vaak een drang hebt naar zoet, humeurig wordt bij het minste hongergevoel en ’s morgens na het ontwaken meteen de noodzaak voelt om te eten, dan ben je wellicht insulineresistent.

Hoe kun je insulineresistentie behandelen?

Net zoals bij laaggradige ontstekingen – wat trouwens vaak samengaat met insulineresistentie – is een aangepaste levensstijl veelal de oplossing. Evenwichtig en onbewerkt eten heeft enorm veel effect. En ook periodiek vasten (gedurende 12 tot 16 uur per dag niet eten) en een (half)uurtje bewegen op nuchtere maag doen vaak wonderen.

Leaky gut of lekkende darm

Bij leaky gut of lekkende darm is je darmwand doorlaatbaar. Je darmen zijn bedekt met een laagje cellen, die met elkaar verbonden zijn door tight junctions. Die junctions controleren alles wat er binnenkomt in je darm, zodat het niet zomaar je bloedbaan kan instromen. Bij leaky gut zijn de junctions aangetast. De eerste belangrijke barrière van je immuunsysteem – waarover ik meer uitleg geef in het artikel ‘Hoe werkt je immuunsysteem?’ – is dus doorbroken. De junctions staan open en daardoor verspreiden darmbacteriën en pathogenen zich via je bloed over je hele lichaam. En dat is – zeker als je een onevenwichtig microbioom hebt – problematisch.

Want als gevolg daarvan moet je immuunsysteem voortdurend in actie schieten. Het probeert je lichaam te verdedigen tegen ziektemakers door ontstekingen te veroorzaken. Hoe langer je darm blijft lekken, hoe groter de kans dat die laaggradige ontstekingen ergens schade gaan veroorzaken. Bijvoorbeeld aan je gewrichten (bij reuma), je zenuwbanen (bij multiple sclerose) of je spijsverteringsstelsel (bij de ziekte van Crohn). Ook je risico op allergieën en voedselintoleranties neemt toe, omdat je immuunsysteem meer en meer voeding als potentieel ziekmakend gaat beschouwen.

Hoe weet je of je een lekkende darm hebt?

Een lekkende darm leidt tot laaggradige ontstekingen. De symptomen die ik hierboven beschrijf, gelden dus ook hier.

Hoe kun je een lekkende darm behandelen?

Door je darmwand te herstellen, want dat is de enige manier om je immuunsysteem tot bedaren te brengen. De oplossing ligt ook hier vaak bij levensstijlaanpassingen. Het is belangrijk om als eerste stap de oorzaak van de lekkende darm te achterhalen. En dat is uiteraard heel persoonlijk. Te suikerrijke voeding, chronische stress en bepaalde medicatie lokken bijvoorbeeld vaak lekkende darm uit. En omdat de darmen geprikkeld worden door bepaalde voedingsmiddelen, zoals gluten en lactose, is een aangepast eetschema vaak (tijdelijk) nodig. Osteopathie helpt om de doorbloeding en de bezenuwing van de darmen te verbeteren.


Om je surfervaring te verbeteren maak ik gebruik van cookies. Wat bedoel je hiermee Lynn?   OK